Uitzicht op de Biggesee

Uitzicht op de Biggesee

“Hé, zijn jullie niet op de fiets gekomen?”, was het eerste wat we te horen kregen, toen we bij hotel Bilstein uit de auto stapten. Nee, de organisatie had dit jaar de traditie van de nachtelijke fietstocht van Zelhem naar Sauerland verbroken. Ze had besloten om het programma eens anders in te delen. Een prima idee, want zo kon iedereen fris en fruitig aan het sportieve programma beginnen.

Ondanks het prachtige weer hadden we die vrijdagmiddag een indoor klimprogramma. Bloedheet was het in die hal, maar dat was het buiten ook. Mooi om te zien, hoe iedereen op zijn eigen manier naar boven klom. Sommigen eerst met trillende benen, waaronder ikzelf, maar bij de meesten ging het steeds soepeler. Onze Frank E. liet zien hoe het moet, want hij beoefent steile-wand-klimmen als sport. Er hing een touwladder tot aan het plafond van de hal van zo’n 15 meter hoog en die lonkte natuurlijk om op louter armkracht te bedwingen. Rik E slaagde er zelfs in en ontving een welgemeend applaus van ons en van het personeel van de klimhal.

’s Avonds na het eten konden we aan de bak à la Jan in ’t Touw. We werden verdeeld over vier groepen. Iedere groep kreeg een kaart van de omgeving. Deze kaart was opgedeeld in vier stukken. Per groep kreeg je de opdracht om binnen een bepaald vierkant oriëntatiepunten uit te zetten. De volgende dag zouden we met hetzelfde groepje de oriëntatiepunten van de andere groepen al hardlopend gaan opsporen. Een leuke opdracht en best een uitdaging, omdat het redelijk snel donker werd. Na het zien van drie reeën en een vuursalamander,  kwamen we in een wel heel donker bos. Eerlijk gezegd, was ik blij om daar weer weg te zijn. Overdag is zo’n bos echt veel leuker.

Bonkend op de deuren en keihard roepend, dat we moeten opstaan, werden we de volgende ochtend gewekt door Han. Deze taak is hem op het lijf geschreven, dus die traditie moet blijven. Na een heerlijk ontbijt gingen we op zoek naar de oriëntatiepunten van de andere groepen, Het viel beslist niet mee. Zelfs Jan K was lichtelijk teleurgesteld, dat het zo moeilijk was. Maar we hadden prachtig weer en veel lol en dat maakte alles goed. Toen we om 11.30 u terug waren bij het hotel, hadden we al flink wat kilometers gelopen. We konden lunchen en ons omkleden voor het mtb-hardloop-programma van de middag. Exact om 13.00 zat iedereen op de fiets. De tijden worden door Han nauwlettend in de gaten gehouden. Zorg er altijd voor dat je ruim op tijd bent, want als je één minuut te laat bent, heb je pech.

De fietsroute ging direct omhoog, eerst nog gestaag en over de weg. Ik raakte in gesprek met Rik en merkte al snel, dat praten en fietsen moeizamer ging door het omhoog trappen. Ik had dit jaar nog maar één keer gefietst en dat was op vlak terrein. Opeens sloeg de groep linksaf een pad in. Daar begon de ellende. Een vreselijk steil stuk volgde. Ik trapte op het lichtste verzet en kwam bijna niet meer vooruit. De verleiding was groot om te gaan lopen, maar ik wilde persé blijven zitten. Dat lukte met veel moeite en met een gevoelstemperatuur van 50 graden en een hoofd dat naar mijn gevoel niet meer in de helm paste, kwam ik hijgend bij de groep. Dit is het ergste stuk, werd gezegd en ik kon alleen maar hopen dat het klopte. De rest van de route viel inderdaad niet tegen. Onderweg in de afdalingen werd ik ingehaald door personen, die geen angst kennen. We kwamen aan op een parkeerplaats, waar we een routekaart met oriëntatiepunten kregen en een A4-tje met foto’s. We mochten zelf groepen maken en bepalen welke punten we wilden zoeken. Relaxte opdracht zou je zeggen, maar ook hier waren de paden uiteraard niet vlak. De klim omhoog werd beloond met een prachtig uitzicht over de Biggesee en daarna liepen we nog door de bossen naar beneden en langs de rand van het grote meer. Er was nog even een lijfelijke discussie, omdat Suzanne mijn twee pennen niet kon verdelen over drie groepen. Terwijl erom gestoeid werd, zei Quintin: Als je het niet voorkomen kan, ontspan je dan en geniet ervan. Deze uitspraak heb ik later op de dag nog voor mezelf herhaald, toen ik er even doorheen zat tijdens het fietsen. Voor de terugweg was de groep in tweeën gesplitst. Ik voelde me een uitgesproken B-groeper, dus had me bij Jan K. aangesloten. Doorgaans is dat een verstandige keuze. Deze keer weet ik niet welke groep het zwaarder heeft gehad. Het klimmen leek niet op te houden. En veel asfalt hebben we niet gezien. Jan zijn “doorsteekjes” waren volgens hem ook geschikt om met mtb te doen. Het gevolg was, dat we kilometers lang met het ding aan de hand liepen, vanwege te steile hellingen en onbegaanbaarheid van de route. Quintin merkte op, dat hij zeker wist, dat dit niet in de brochure had gestaan! Zo’n opmerking maakte de situatie lachwekkend. Want hoe zwaar het ook is, het blijft altijd gezellig bij Jan in ’t Touw. Niemand die vervelend wordt of een ander iets verwijt. ’s Avonds in de kroeg konden Suzanne en ik onze ogen bijna niet meer openhouden, dus we taaiden af om 23.15 uur.

Ik schrok de volgende dag wakker van de kerkklokken om 7.00 uur. Heerlijk vast geslapen. Wat stond er nu nog op het programma? Een keuze tussen fietsen en lopen was snel gemaakt. Zeker toen ik hoorde wie er gingen fietsen. Met de verzuring van gisteren nog in de bovenbenen leek mij een looproute van 7 kilometer aanlokkelijker dan weer een helse fietstocht. Het was een goede keus. We hadden een heerlijke ontspannen wandeling door de prachtige natuur. De klim kostte genoeg moeite om toch te zweten. Het was een fijne afsluiting van een sportief weekend. Terug bij het hotel nog even wat drinken, douchen en inpakken. Na de lunch reden we richting de Achterhoek, waar we om 15.30 aankwamen. Het was weer een weekend om nooit te vergeten.